Mijn nieuwe boek over de Fraters van Zwijsen verschijnt in de loop van dit jaar 2021. Missie van barmhartigheid is een groot en spannend project, dat ik maar moeilijk kan afronden… maar het zal toch moeten!

Een religieus ideaal

De uitgangspunten van deze fratergeschiedenis zijn: allereerst de geschiedenis van een religieus ideaal in beeld te brengen. Met ideaal drukken we ons misschien nog te zwak uit: het gaat om een aantal christelijke idealen die door een grote groep fraters radicaal en met toewijding zijn nageleefd en in de praktijk gebracht. Deze geschiedenis volgt de idealen van de fratergemeenschap, die in hun levensroeping tot uitdrukking komen, in hun verschillende formuleringen: door de stichter, door de eerste generatie fraters tot die van de fraters van nu.

Een familiegeschiedenis

Een tweede belangrijk uitgangspunt van deze fratergeschiedenis is de gerichtheid op het gemeenschapsleven van de fraters. Dit boek is een soort familiegeschiedenis. De vergelijking van een congregatiegeschiedenis met de geschiedenis van een familie is wel vaker gemaakt. Familiegeschiedenis vertelt de verre oorsprong van een geslacht, de stamvader- en moeder, de oudst bekende generatie en de belangrijkste familieleden. Ze laat zien hoe een familie zich door de tijden heen heeft ontwikkeld. Ze beschrijft de voornaamste huizen en de ontwikkeling van de familiebedrijven. Uiteraard richt ze zich vooral op de mensen die samen de grote familiegemeenschap vormen. Het gaat over hun karakters, onderlinge verhoudingen en gezamenlijke belevenissen. Heel vaak gaat het in familiegeschiedenis over de sfeer in huis, de levensstijl, de feesten en de ruzies. Soms komen bepaalde genetische trekken van de familie ter sprake: de talenten en gebreken, wonderlijke en grappige eigenschappen die worden overgeërfd. Of het gaat over de nalatenschap: het geestelijk en materieel erfgoed, de familieportretten en familiejuwelen.            

Fratergeschiedenis behandelen als een soort familiegeschiedenis betekent dat deze familie-metafoor vaak terugkeert: in de aandacht voor de stichter, de communiteiten en het huiselijke leven. het boek gaat over mensen die elkaars medebroeders werden en hun beleving van broederschap, vaderschap en gemeenschap. Over het familiegevoel en de familietradities. Aan de hand van de oudste verhalen, bijzondere gewoontes, vaste rituelen, belangrijkste feesten en dagelijkse werkzaamheden komt de identiteit van de grote fraterfamilie in beeld.

Missie van barmhartigheid

Dit brengt ons bij het derde uitgangspunt van deze geschiedenis: naast de focus op de religieuze spirit en de community is er de oriëntatie op de mission. Het is maar al te vaak zo dat religieuze geschiedschrijving een sterk naar binnen gerichte blik heeft en een tamelijk beperkte focus. Ze richt zich vooral op de betrokken personen en de activiteiten die in de religieuze gemeenschappen zelf plaatsvinden. Dat is een gevolg van de bronnen, zoals leefregels, kronieken, brieven en teksten over het spirituele leven, die vrijwel uitsluitend over het leven binnen de huizen en kloostermuren gaan. Het komt ook omdat het ingewikkeld is om recht te doen aan de maatschappelijke context van religieus leven en deze adequaat te beschrijven. Geen enkele historicus kan zich onttrekken aan de aanzuigende werking van zijn bronnen, ook de historicus van de fraters niet, maar er zijn veel redenen waarom een fratergeschiedenis geen naar binnen gericht karakter zou moeten hebben, maar juist een brede oriëntatie moet laten zien. Onder meer omdat de werkzaamheden van de fraters op het terrein van opvoeding en onderwijs lagen (en nog steeds liggen), oftewel een werkterrein in het hart van de samenleving. De huizen en scholen bevonden en bevinden zich om die reden op gunstige, centrale locaties, vaak middenin de stad, zoals het Tilburgse moederhuis dat hiervoor al even ter sprake is gekomen. Leven en werken vindt dus plaats midden in de wereld en staat in dienst van kerk en samenleving.

In deze fratergeschiedenis proberen we recht te doen aan de maatschappelijke oriëntatie van de fraters en ruimen we veel plaats in voor het beschrijven van de onderwijs- en opvoedingsmissie van de congregatie. De titel Missie van barmhartigheid weerspiegelt de notie dat het fraterleven in eerste instantie een op de samenleving gericht leven was.

Illustraties

Omdat de congregatie een eigen drukkerij had en daarmee zowel kerkelijke als opvoedkundige publicaties uitgaf, bestaat er relatief veel en mooi beeldmateriaal over de fratergeschiedenis, zelfs uit de begintijd. We hebben dit boek rijk willen illustreren, het is een manier om de tekst aan te vullen en de belevingswereld van de fraters op te roepen. De illustraties bieden als het ware een aparte ingang in deze geschiedenis, aan de bijschriften is dan ook de nodige zorg besteed. Er zijn uiteraard verschillende manieren om oude portretten en devotionele afbeeldingen te lezen en te waarderen. Ook de bronteksten zelf komen regelmatig in beeld.

Verschillende soorten lezers

Er zijn uiteraard verschillende soorten lezers van een congregatiegeschiedenis. Zo zijn er interne en externe lezers en deze hebben een verschillende voorkennis, een meer of minder kritische benadering en misschien ook wel een andere verwachting. Er is ook een verschil tussen lezers in Europa en lezers in Azië, Afrika en Zuid-Amerika. Zij hebben niet alleen een verschillende taal- en cultuurachtergrond, maar vaak ook een ander wereldbeeld en een andere manier om naar geschiedenis te kijken. We zien dat ook bij de omgang met bronteksten: de een gelooft een negentiende-eeuwse schrijver of medebroeder op zijn woord, de ander zal vaker vraagtekens zetten bij wat hij leest. Het schrijven van één boek voor zeer uiteenlopende doelgroepen is niet vanzelfsprekend. Dit boek heeft allereerst nadrukkelijk rekening willen houden met de groep interne en jonge fraters, voor wie een boek over hun familiegeschiedenis van wezenlijk belang is. Verschillende hoofdstukken zijn dan ook al eerder in het Engels en Indonesisch gepubliceerd. Maar er is tegelijk rekening gehouden met wat ánderen over de congregatie zouden willen weten, zoals degenen die zich bezighouden met onderwijsgeschiedenis, kerkgeschiedenis, missiologie, cultuurgeschiedenis, lokale geschiedenis of andere terreinen waarop de fraters een rol hebben gespeeld. Ook thema’s die recent veel aandacht hebben gekregen, zoals geweld, seksueel misbruik, kerkelijke conflicten en de rol van religieuzen in een koloniale overheersing, komen in dit boek aan bod.

We zijn ervan uitgegaan dat de diverse doelgroepen gebaat zijn bij een toegankelijke uiteenzetting van de fratergeschiedenis en een goede ontsluiting van de beschikbare literatuur. Met opzet is de annotatie van de tekst beperkt gebleven, maar elk hoofdstuk is voorzien van een beknopte beredeneerde bibliografie, die de weg wijst naar de bronnen en meest relevante studies.

Deze fratergeschiedenis behandelt de periode 1844-1916 en bevat 23 hoofdstukken (ca. 650 bladzijden). Ze verschijnt in de zomer van 2021.