Monnikenleven

Een portret van de Sint-Adelbertabdij van Egmond, geschreven voor het fraaie album dat fotograaf Armando Jongejan voor het klooster maakte. In mijn tekst vertel ik de spirituele geschiedenis en bouwgeschiedenis van deze bekende abdij, die op dit moment een bijzondere verjonging doormaakt. Wat zijn de uitdagingen en spanningsvelden van kloosterleven vandaag de dag? Wat straalt de abdij uit? Waar staat het benedictijnse charisma voor en in welke richting zal de abdij zich verder ontwikkelen?

Dit verhaal wordt verteld aan de hand van de belangrijkste werkwoorden en bidwoorden van de abdij, waaronder bidden en werken, zingen en zwijgen, luisteren en lezen, bouwen en ontwikkelen, vieren en liefhebben, schuilen en herleven, Deo vacareen uiteraard, op deze winderigste plek van Nederland, waaien.

‘Het lijkt alsof de bouwheren de plaats van het klooster uitkozen omwille van die wind. Ze kochten een akker in het open veld en plantten er een haag bomen omheen, maar niet dicht genoeg om de wind te weren. Ze zetten er een hoog gebouw neer, zo hoog mogelijk om zo veel mogelijk wind te vangen. Ze creëerden bewust een plaats waar het altijd waaien zou. Want de kracht van de elementen brengt mensen tot zwijgen, maakt ze gevoelig, opent ze voor een ándere aanwezigheid. In het spel van de wind, of het nu een razende storm is of een zacht fluisterende zucht, komen ze tot een ervaring van de Eeuwige. ‘Adem ons open’, zingen de monniken in hun kerk. Laat uw Adem, uw Roeach, uw Geest in ons werken.’