Wat is een oblaat? Meestal geef ik een wat algemeen antwoord: ik ben verbonden met een klooster en probeer vanuit de kloosterinspiratie te leven. Dat is een tamelijk toegankelijk antwoord, voor de meeste mensen goed begrijpelijk. Het heeft het voordeel dat zeker één van de drie elementen, inspiratie, verbonden-zijn, een klooster, wordt begrepen.
Een enkele keer geef ik aan dat het echt om een principiële verbintenis gaat, die voor mijn persoonlijke identiteit belangrijk is. Bijvoorbeeld tegenover studenten of collega’s zeg ik: ik ben lekenlid van de Benedictijnse orde. Soms zegt iemand terug: ‘oh, dus een lekenbenedictijn?’ met een glimlach knik ik dan. of ik zeg: ‘ja, een beetje monnik.’ Gek genoeg is dat een antwoord dat vrijwel iedereen snapt.
Het begint natuurlijk met ‘iets’, ‘iets’ dat in ons ontvonkt, ontvlamt, ontwaakt. Als oblaten hebben we allemaal ‘iets’ met het klooster. Het is moeilijk dat ‘iets’ precies te benoemen, ingewikkeld om aan te geven waar die passie en aantrekkingskracht van het klooster uit voortkomen. Er is gewoon ‘iets’ in het kloosterleven dat ons boeit, ‘iets’ in de benedictijnse wereld dat ons diep aanspreekt. We willen die
inspiratie een plek in ons leven geven, een duurzame, betekenisvolle en vruchtbare plek. We willen dat ‘iets’ verder ontdekken, ontwikkelen, kansen bieden in ons leven.
Voor bijna alle oblaten geldt, dat vriendschap bij dat ‘iets’ een rol speelt. De inspiratie is aangereikt door een persoon, door iemand die we hoog hebben, meestal een monnik, zuster, abt, abdis, soms een gemeenschap, een groep van wie de ’geest’, de ‘spirit’ ons bijzonder aanspreekt; soms ook iemand buiten het klooster die ons op diezelfde weg voorgaat. We hopen op doorwerking en toekomst van die vriendschap, of in het meervoud: van die vriendschappen.
Bijna alle oblaten zoeken naar de juiste vorm om goed en geloofwaardig met dat ‘iets’ om te gaan. Het naleven en verdiepen van religieuze inspiratie is nooit vanzelfsprekend. Het blijft zoeken, onderzoeken, uitproberen, met vrienden uitwisselen, evalueren en soms echt weer opnieuw beginnen. Wat is toch het ‘iets’ dat ons zo boeit, hoe kunnen we dat benoemen? Hoe gaan we ermee om, hoe brengen we he
tot bloei? En hoe maken we onze intuïties en verlangens samen met anderen waar?
De stille reserve. Bij het verschijnen van een beetje monnik vertelde wat het is om oblaat te zijn. Het verhaal is gepubliceerd in Benedictijns Tijdschrift 2025 nr.3.