Ongeveer 25 jaar geleden legde ik de laatste hand aan mijn proefschrift over de heiligenliederen van de Delftse priester Stalpart van der Wiele. Na een proefschrift zijn er altijd vragen, uitnodigingen en vervolgstudies. Maar ik had niet voorzien dat er 25 jaar later een nieuwe belangstelling voor het werk van Stalpart zou ontstaan. Dit jaar al drie uitnodigingen voor een lezing en een artikel.

‘Hij heeft bijna heel het Westland bekeerd en onder het katholieke geloof gebracht’. Dat zegt men, met enige overdrijving, van de Delftse priester Jan Baptist Stalpart van der Wiele. Stalpart was in de moeilijke jaren van de Tachtigjarige Oorlog actief in de katholieke missie en probeerde weer op te bouwen wat in de decennia na de beeldenstorm verloren was gegaan. Volgens tijdgenoten had hij daarbij veel succes.

Derde werkkring

Zeer blij dat ik mijn onderzoek over Stalparts missiereizen in de regio rond Delft (Delfland, Haagland, Westland, Rijnland, Maasland) is uitgemond in een artikel dat ik mocht publiceren in het Historisch Jaarboek Schipluiden (2024). In de bestaande studies van Stalpart gaat de aandacht uit naar zijn werkzaamheden in de Delftse parochie en voor de kloppengemeenschap in Delft. Er is eigenlijk nooit onderzoek gedaan naar wat we als zijn ‘derde werkkring’ kunnen zien. In mijn artikel schets ik een beeld schetsen van het pastoraat van Stalpart in het Westland, Schieland en Hageland.

Bekeringsgeschiedenissen

Een belangrijke bron voor de reconstructie van dat pastoraat is Stalparts levensbeschrijving, geschreven door een van de leden van zijn religieuze gemeenschap in Delft, het klopje Wilhelmina de Reeck. Zij gaat in op de betekenis van Stalpart voor de katholieke gemeenschappen in de regio en vertelt daar mooie details over. Interessant is dat zij Stalpart vaak op zijn Westlandse reizen begeleidde en dus spreekt als ooggetuige: ‘ick was dickmaels ock op het landt tot zijn dienst vande heylighe Kerck.’ Een andere interessante bron zijn de liederenbundels van Stalpart zelf: er zijn ongeveer duizend liederen bewaard die de priester voor zijn kerkgemeenschappen maakte. Uit die bundels wordt duidelijk, dat Stalpart zijn liederen niet alleen schreef voor de Delftse gelovigen en klopjes, maar tevens voor de katholieken uit de regio. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat er voor álle patroonheiligen van de kerken in het Westland, ook voor die van de verdwenen kerken, een lied is.

Het is voor mij leuk om weer in mijn geboortestad en geboortestreek te komen met lezingen over Stalpart. Het is ook interessant om na 25 jaar opnieuw te ontdekken hoe interessant Stalparts werk is, en hoe mooi het onderwerp van mijn proefschrift. Fijn om dat opnieuw te delen in een artikel!