In het voorjaar van 2026 vond een opmerkelijke expositie plaats in de tuin van Klooster Wittem. Veertien felgekleurde doeken, op verschillende plaatsen in de tuin, belichtten elk een aspect van het thema: geweld tegen vrouwen.
Samen vormden de doeken een soort Kruisweg waar je kon langslopen en bij stilstaan. Een kruisweg met veertien staties, veertien lijdensscènes uit het dagelijks leven van vrouwen om op je te laten inwerken. Situaties van geweld die op het eerste gezicht misschien ‘klein’ zijn, gewoon een beeld op een smartphone. Of die heel ‘gewoon’ aandoen, zo gewoon dat veel mensen er niet bij stilstaan, maar achteloos en gedachteloos aan voorbijlopen. ‘Ik zei maar niks, ik wilde geen scène maken,’ zegt één van de doeken. ‘Het is toch niet echt?’, luidt de vraag op een ander doek. Want ja, vaak vindt het vreselijkste geweld plaats ergens in het grensgebied tussen doodgewoon en onvoorstelbaar.
De expositie is samengesteld door twee jonge kunstenaars uit het Limburgse grensland: Nadine de Burlett en Jonathan Wanders. Eind 2025 deden zij mee aan een ‘open call’ van Klooster Wittem rond het thema Orange de World: een uitnodiging om het thema van geweld tegen vrouwen in kunst zichtbaar te maken. De kunstenaars kregen van Klooster Wittem de kans hun project in de veertigdagentijd te realiseren, oftewel de tijd waarin de kerk bij het lijden van Christus stilstaat (en daarmee bij een veel breder, wereldwijd lijden). We zijn erkentelijk, dat de gemeente Gulpen-Wittem dit project met een startsubsidie wilde ondersteunen. De expositie trok veel bezoekers en riep ook veel reacties op: positieve maar ook negatieve. Sommige bezoekers vonden de beelden en teksten te schokkend en te provocerend voor een kloostertuin. Anderen waren juist blij, dat een thema waarover vaak gezwegen wordt, nu prominent de aandacht kreeg. ‘Hij pakte mijn arm stevig vast’, zegt een doek. ‘Ik durfde me niet te bewegen.’ Hoe langer je bij de doeken stilstond, hoe indringender de scènes van geweld werden.
Veel mensen in Nederland zijn in de veronderstelling dat het in ons land wel meevalt met ‘geweld tegen vrouwen’ en ‘femicide’. Ze denken dat de situatie erger zal zijn in Zuid- en Oost-Europa. Helaas hebben ze geen gelijk: Nederland bungelt in de Europese statistieken ergens onderaan. Er vindt relatief veel geweld tegen vrouwen plaats en er is bar weinig beleid ontwikkeld. Misschien juist omdat mensen denken dat het allemaal wel meevalt, of er wel adequaat beleid zal zijn…
Natuurlijk is het zo dat dit soort geweld vaak niet wordt opgemerkt. Mensen kijken ervan weg, ze willen het niet zien. Of het geweld wordt verzwegen, omdat mensen het niet durven of niet kunnen benoemen. Het is ook ingesleten in alledaagse patronen, leefgewoontes en werkgewoontes: en daarmee helaas verschrikkelijk gewoon. Iedereen heeft er mee te maken, elke vrouw en elke man. De affiches bevatten kleine flarden van gesprek, als ‘Wat maakt het uit…’ Wie heeft dat nooit gezegd? Of het inzicht achteraf: ‘ik ben ook zo dom’. Wie heeft dat nooit gedacht? De expositie voert ons niet alleen naar de gesprekken en gedachten van alledag, maar ook naar alledaagse ruimtes. Naar een kantoorruimte en een keukentafel, naar de uitgang van een danslokaal, een gezellige auto en een onveilig fietspad. Het is helaas in de meest alledaagse contexten, dat dit geweld plaatsvindt.

De veertien doeken van De Burlett en Wanders zijn daarmee een felgekleurde aanklacht: besef alsjeblieft dat dit geweld niet gewoon is! Het zit al in onze manier van kijken, van spreken, van groeten. Onze alledaagse omgang zit vol stille onderdrukking, beladen en grensoverschrijdende woordjes, verkeerde aanrakingen, aanzetten tot misbruik: seksueel geweld zit tot in de haarvaten van ons sociale systeem. Met een vraagje als ‘het is toch niet echt?’ wordt de bedrieglijke, onwerkelijke schijn van geweld tegen vrouwen aangekaart. En met ‘Waarom luister ik niet gewoon naar HEM?’ komt het dilemma in beeld. Want er zijn geen snelle en gemakkelijke oplossingen: daarvoor is dit geweld te zeer deel van onze alledaagsheid. Maar dat betekent niet dat we er dan maar beter over kunnen zwijgen.
Het is betekenisvol, dat deze expositie als eerste in een kloostertuin werd ingericht. Sommige mensen zullen misschien denken: want kloosters hebben een eigen traditie van geweld en misbruik… Helaas is dat zo geweest, kloosters konden instituten zijn met perverse vormen van onderdrukking en machtsmisbruik. Tot in de recente geschiedenis is dat zichtbaar. Maar kloosters hebben ook een andere kant. Ze kunnen ook stilteplaatsen en vrijplaatsen zijn, waarin maatschappelijke problemen worden aangekaart. Bronplaatsen en ontmoetingsplaatsen, waar je met elkaar in gesprek gaat over thema’s die ertoe doen. Zoals dit belangrijke thema van alledaags geweld. Bij de opening van deze expositie kwam dat meteen in beeld: mensen gingen in gesprek en benoemden dingen die ze misschien wel nooit eerder onder woorden hadden gebracht. Dat zegt iets van de toegankelijke wijze waarop De Burlett en Wanders het moeilijke thema aanschouwelijk, dichtbij de mensen hebben weten te brengen.

Het is ook betekenisvol dat het juist in Wittem is dat aan de kruiswegtraditie weer een nieuwe en moderne uitwerking is toegevoegd. Wittem staat bekend om zijn openheid en stellingname middenin de maatschappij. Maar ook om zijn oude Italiaanse traditie, die van de stichter Sint Alphonsus en zijn orde van Redemptoristen. De Kruisweg vindt zijn oorsprong in de Zuid-Italiaanse beeldcultuur. De mensen daar ontwikkelden een dramatische en theatrale uitbeelding van het lijden van Christus, door te focussen op toeschouwers en omstanders en de gesprekken rond het kruis te ritualiseren. Zo kon deze geschiedenis nog krachtiger tot mensen doordringen. In die oude traditie, die uit de opera voortkwam en onder ander via Wittem naar Nederland is gekomen, staat ook deze kruisweg anno 2026. Ze brengt het lijden van vrouwen dichtbij, dramatisch dichtbij, onder meer door het samenspel van kleurige beelden en gesprekken met omstanders en toeschouwers.
De kruisweg-expositie van De Burlett en Wanders zal zeker nog op andere plekken tentoongesteld worden. Ook de kleine catalogus (vanaf 1 juli te bestellen bij de webwinkel van Klooster Wittem) zal hopelijk verder zijn weg vinden, naar andere bezoekers, lezers, toeschouwers. Hopelijk zullen deze beelden en teksten mensen aan het denken zetten en doen stilstaan bij wat onacceptabel en onacceptabel gewoon is. Namens Klooster Wittem spreek ik de hoop uit, dat Kruisweg als expositie mag verder reizen en doordringen tot in veel alledaagse situaties. Dat ze ook daar met de beelden, vraagtekens en kleine gesprekjes bezinning aanreikt. Dat ze iets bijdraagt aan een breder maatschappelijk gesprek, aan tenminste het begin van een inzicht, het begin van een antwoord misschien ook. Dat ze mensen bij elkaar brengt die het hebben beleefd en mensen die iets aan de brute, ondraaglijke vanzelfsprekendheid van geweld tegen vrouwen willen en kunnen doen.
Charles van Leeuwen