Maart 2026. Deze maand begin ik met mijn nieuwe functie als directeur van klooster-pelgrimsoord Wittem. Mijn eerste werkdagen zijn meteen inspirerend en uitdagend. Een stralende zon doet het mooie gebouw schitteren en de omringende tuin zichtbaar opbloeien. Fijne collega’s heten me welkom. Ook komen er meteen tal van vragen langs, rond het programma, de eerste team-meetings, de begroting van 2026, het bezoek van de burgemeester en bisschop deze maand, de restauratie van de “nabrandkapel”, de organisatie van vieringen voor wereldvrouwendag (wordt nu gevierd op 6 maart) en de 300-jarige geboortedag van Gerardus (6 april). Ik besef het: Wittem is een plek van allure, met een grote traditie, veel bezoekers en een interessante dynamiek.

Thuis naast thuis

Het is voor mij deze eerste dagen meteen hard werken met het voeren van kennismakingsgesprekken, voorbereiden van vergaderingen en lezen van beleidsnotities en contracten. Een klooster is tenslotte een plek waar het gaat om constructief samenwerken, goed overleggen en het vinden van een gezonde verhouding tussen “ziel en zakelijkheid”. Om dat alles te begeleiden en ondersteunen, ben ik als directeur aangesteld (in deeltijd). Ik vind deze eerste dagen gelukkig nog tijd om ook zelf gewoon even te genieten: van het mooie uitzicht (met een schaapskudde in de achtertuin), de fijne stilte in de Mariakapel, de prachtige sfeer in de kloostergang, oude refter en bibliotheek en een lunch in een fijn restaurant waar de staf vaak komt. Ook gewoon van de nuchtere en ontspannen sfeer: dankzij de inbreng van maar liefst 130 vrijwilligers, de samenwerking met de buren van “In harmony” en de nieuwsgierig neuzende bezoekers van de kloosterboekwinkel. Iemand zegt op de eerste dag tegen me: dat dit een beetje thuis mag worden… Ik buig eerbiedig, ik voel me inderdaad thuis in de kloosterwereld en ook al een beetje in Wittem.

Klooster in een spanningsveld

Zoals elk klooster, heeft ook Wittem zijn spanningsvelden. Bijvoorbeeld de vele verschillende verwachtingen eromheen. Er komen bezoekers om even een kaarsje aan te steken voor Maria of Gerardus, om tien minuutjes in contact te staan met de Eeuwige, anderen voor een goede tas koffie en een uitgebreid verhaal. Sommige mensen bezoeken de plek uit verlangen naar stilte en storen zich aan de aanwezigheid van andere bezoekers. Andere mensen komen juist voor die gezellige en creatieve drukte, ze willen mensen ontmoeten, iets kopen in de boekwinkel en wereldwinkel en iets meemaken van een cursus, lezing, viering of expositie. Hoe ben je het allemaal tegelijk: een klooster, een druk pelgrimsoord en een een stille heilzame plek, een “welcoming church” en een creatieve kerkelijke broedplaats in de grensstreek?

Wittem is een plaats waar veel te halen is, waar mensen ook veel brengen. Het is een klooster met een respectabele traditie, dat al bijna 300 jaar bestaat, maar ook een eigentijdse missie. Het wil een ‘pleisterplaats voor de ziel’ zijn zoals het prachtige motto van Wittem al enkele decennia luidt. Het is een plek met bijzonder spiritueel erfgoed, waar mensen uit de wijde regio een diepe band mee hebben. Ik hoor daar deze weken, als ik vertel dat ik directeur van dit centrum mag worden, bijzondere verhalen over! Maar het is ook een klooster dat, zoals alle kerkelijke instellingen, met relatief weinig mensen en middelen moet blijven draaien en waar de gemiddelde leeftijd relatief hoog ligt.

Pleisterplaats voor de ziel

Dat motto van Wittem, een pleisterplaats voor de ziel willen zijn: daar was ik meteen aan verkocht. Wie niet? Maar hoe doe je dat? Hoe maak je dat waar? En wat heb je daarvoor nodig, om mensen die veilige en rustige bedding te bieden? Hebben we dat in huis? Wat moet je doen om als christelijke bronplaats goed bezig te zijn… welke stijl hoort daarbij, welke taal, welke mensen vraag je om je daarbij te helpen? En hoe zorg je dat een plek met zoveel traditie en idealisme, zoveel spiritueel potentieel, toch ook een verdienmodel heeft… in elk geval genoeg om een duurzame plaats te zijn voor alle bezoekers en voor de mensen die er werken en eraan bijdragen? Welk management hoort daarbij?

Nog niet lang geleden was het vanzelfsprekend en nog steeds hoor je het, dat jongeren in Wittem een kaarsje komen opsteken voor ze examen gaan doen; dat ze met de hele familie en vrienden naar Wittem gaan als iemand in de familie ernstig ziek is geworden; dat ze voor een bijzondere stille wens of vraag toch even langs Wittem gaan, naar een van de kapellen van Maria van Altijddurende Bijstand (ja daar kun je alles neerleggen), van de Heilige Gerardus (oa patroon van moeders en zwangere vrouwen) en van de heilige Clemens (voor hopeloze gevallen: het offerblok zit elke week hartstikke vol met bijzondere intenties).

Bronplaats

Als directeur wil je er natuurlijk aan bijdragen dat er goede dingen gebeuren, dat mensen er goed op verhaal kunnen komen. Dat deze plek iets van zijn oude,m diepe, mysterieuze “roep” mag blijven waarmaken en dat Wittem voor veel mensen een “bronplaats” mag zijn, waar ze zich laven, geïnspireerd worden, of gewoon even komen schuilen in een stille plooi. En dat alles in een kerkelijke en maatschappelijke context, waar nog maar zo weinig van dit soort bronplaatsen over zijn. Daaraan mogen bijdragen, daarvoor werken, daarin een verbindende persoon zijn, zelf ook iets van dat wonder ervaren… de eerste dagen wijzen al een richting aan, het wordt de uitdaging en stille hoop voor de komende jaren.