Portretten
In mijn studeerkamer staan her en der foto's tussen de boeken. Van schrijvers die me dierbaar zijn en heiligen die me inspireren. Van kinderen en kunstenaars. Van vrienden en familieleden. Portretten die de boekenkast verlevendigen en nog wat persoonlijker maken. In deze rubriek vertel ik het verhaal dat bij die foto's hoort: het verhaal van bijzondere ontmoetingen, spannende uitwisselingen en soms jarenlange vriendschappen.
Portraits
Dans mon bureau, entre les livres, il y a ça et là des photographies : photos d’écrivains qui me sont chers, portraits de Saints auprès de qui je puise l’inspiration, photos d’enfants et d’artistes, photos d’amis et de moi-même. Toutes sont des portraits qui animent la bibliothèque et la font plus intime. Dans cette rubrique, je présente les histoires attachées à ces photographies ; rencontres inoubliables, échanges passionnants et, parfois, une très longue amitié.
"Benedictus was een bergbewoner, met een stevig fysiek dat hem in staat stelde de ontberingen in het ruige land te trotseren. Hij kon klimmen als een berggeit en had een scherpe en wijdse blik, waarmee hij de horizon aftuurde en kuddes, eenzame schapen en zoekende reizigers over de berghellingen zag trekken."
Benedictus als bergbewoner (2008) |
"Zijn medebroeders karmelieten zagen het dikwijls met een bezorgde blik aan, als de bezige Titus zich weer overlaadde met werk. ‘Waarom moest jij dat artikel schrijven?’, werd hem gevraagd als hij tot diep in de nacht achter de schrijfmachine had gezeten. ‘Iemand moet het toch doen’, zei hij dan. En op de vraag ‘moet je nu al weer op stap?’ als hij zijn zoveelste reis plande, antwoordde hij met een oude Karmelwijsheid: ‘uitrusten kunnen we in de hemel’."
Titus Brandsma (1998) |
"Zijn opgewekte en zwierige proza blijft aangenaam,
zijn eruditie verbluffend en zijn blijmoedig religieus engagement aanstekelijk. Met zijn missionaire gedrevenheid weet hij ook nu nog nieuwsgierige lezers vertrouwd te maken met het werk van veel literaire en religieuze erflaters. Misschien nog wel meer dan vroeger, want Van Duinkerken heeft zijn lezers het meest te bieden over onderwerpen waar ze nog niet in thuis zijn. Charmant en welsprekend als altijd zal hij hen in zijn van sigarenrook doorwalmde, onuitputtelijke vakgebied blijven inwijden."
Anton van Duinkerken als geleerde (2003) |
"Juist als Schuman heilig verklaard zou worden – wat nog lang niet zeker is – willen we inzicht hebben in zijn innerlijk leven en geloofsontwikkeling en een beeld krijgen van zijn familierelaties en intieme vriendschappen. We zouden willen weten wat zijn gedachten en gevoelens waren toen hij belangrijke ministerposities bekleedde en delicate dossiers te behandelen kreeg."
Robert Schuman: een pelgrim voor Europa (2005) |
| "Achter het spreekgestoelte stond, enigszins gebogen, een kleine man met een markant gezicht. Hij had een wilde zwarte haardos, een scherpe neus, een hoekige kin en diepliggende ogen. Hij sprak in een wat nasaal, gepassioneerd en krullend italiaans de officiële feestrede uit bij het 900-jarig bestaan van de Alma Mater, voordat de rectoren tot de ondertekening van de Magna Charta zouden overgaan. Het was zijn ‘finest hour': Giuseppe Caputo, hoogleraar canoniek recht, vice-rector en portefeuillehouder internationalisering van de universiteit van Bologna, was de regisseur van deze plechtigheid. "
Giuseppe Caputo, de geestelijke vader van de Bolognaverklaring (1991) |
| "De grote zwarte Ford stond scheef in de berm geparkeerd. Binnenin zat een oudere dame rustig te breien. Naast de auto stond, in een strak zwart pak, licht gebogen en steunend op de motorkap, een kleine, oude man. Zo maakte hij langs de smalle weg aan de Gaag menig angstig ogenblik door. Hij keek dan uit over het golvende water en weidse polderland en prevelde een paar psalmverzen."
Cor van Leeuwen en Jaapje van Vliet, een boerenfamilie van bijzondere genade (2006) |
"Te midden van de vele spanningsvelden van kerk en maatschappij van die jaren, wist de beminnelijke Giuseppe Dossetti de eenheid en het enthousiasme te bewaren. Met zijn rijzige, sierlijke gestalte in bruine pij was hij een indrukwekkende verschijning. Zijn grote bruine ogen keken je onderzoekend aan, met een nieuwsgierigheid en welwillendheid die direct uit het evangelie leken te komen. Op het eerste gezicht oogde hij zacht en misschien wel wat naïef, bij nadere kennismaking bleek hij taai en krachtig."
Giusseppe Dossetti |
"Het is bijzonder om te zien dat in een van Alcuinus’ kloosters nog altijd een school gehuisvest is, namelijk in Maastricht. Een van Alcuinus’ kleinere werken was een leerboek in de Latijnse retorica, opgezet als een dialoog tussen Saxo en Franco, twee studenten uit verschillende culturen die zich onder leiding van hun docent de taal van de wetenschap eigen maken. In het Sint Servaasklooster – nu Talencentrum van de Universiteit Maastricht – passen hedendaagse Saxo’s en Franco’s de principes van Alcuinus van York, in een internationaal en studentgecentreerd kader, nog altijd toepassen."
Alcuinus van York |

"Het valt monniken vaak zwaar om bisschop te zijn. ‘Ze houden zo veel van God dat ze veel zielen willen bekeren. Maar ze houden ook zoveel van de eenzaamheid, dat ze maar van weinig zielen herder kunnen zijn’, aldus een levensbeschrijving van de heilige Amandus die een tijdje bisschop van Maastricht was. Amandus legde die functie al na enkele jaren neer, omdat hij, naar eigen zeggen, het niveau van de lokale geestelijkheid te laag vond. Hij verkoos het om zijn missionaire taak weer op te pakken en kloosterstichtingen te begeleiden."
Amandus en Remaclus, bisschoppen van Maastricht (2009) |
John Henry Newman verheerlijkte de monastieke cultuur. In zijn kerkhistorische studies tekende hij een sterk geidealiseerd beeld van de kloosters in het oude Christendom. En in zijn poëzie getuigde hij eveneens van liefde en bewondering voor de monniken:
The holy monks, concealed from men,
In midnight choir, or studious cell,
In sultry field, or wintry glen,
The holy monks, I love them well.
Zelf zag hij er echter bewust van af om monnik te worden, ofschoon hij er na zijn veelbesproken overgang tot de kerk van Rome, in 1845, wel de mogelijkheid toe had. De reden die hij aangaf, was van principiële aard: hij kon de drie religieuze geloften niet afleggen.
Een compromisloze Godzoeker (2009) |
"In de verte zie ik een monnik een hondje uitlaten: het dier rent vrolijk de hele tuin door en de monnik volgt hem met dansende bewegingen. Er hangt hier een sfeer van een opmerkelijke lichtheid: monastieke eenvoud hoeft kennelijk niet zwaar te zijn."
In gesprek met Jeroen Witkam (1996) |
"Eigenlijk is het mooi dat een zo belangrijke monastieke tekst niet met zekerheid kan worden toegeschreven. Het symboliseert het belang van het werk van zoveel andere religieuzen, van wie de naam ons niet is overgeleverd maar die wel met zorg de traditie aan anderen hebben doorgegeven: vaders en moeders van een stille toewijding. Hoe kunnen we hen eren?"
Wie was de schrijver van de Regel van de Meester? |
"Voor mij persoonlijk is Jozef uit de genesisverhalen altijd een model geweest: de zorgzame broeder, de man van de dromen en visioenen, de man die uitkomst biedt in een tijd van honger en dorst. Ik ben ervan overtuigd dat Jozef ook een heel belangrijk voorbeeld is geweest voor Jezus zelf. Je moet Lucas maar eens lezen met het verhaal van Jozef in je achterhoofd: overal in het evangelie kom je verwijzingen tegen naar die zorgzame Jozef!"
In dierbare herinnering: broeder Nico Visser (2004) |
"Je nodigde ons bij je uit voor etentjes. Ik herinner me hoe dat voor velen van ons een verpletterende ervaring was: zo’n schitterend huis van architect Holt, dat mede zo mooi was omdat jij het ontwerpen en bouwen heel kritisch had begeleid. En dan kregen we een prachtig servies, zilveren bestek, damasten servetten. Voor ons twintigers ging een wereld open, een wereld van de goede manieren van de negentiende eeuw en een katholieke joie-de-vivre – de traditie van het geslacht Hellebrekers. Eten moest goed zijn, dat had je van jouw vader en je moeder, en je had daarvoor een heel hoge, bijzondere standaard. Bij jou thuis leerden we ook de rustige, vriendelijke Hans kennen, die dan een goede fles opentrok en ons een fijne sigaar aanbood. Hij was een ‘aardige man’ voor je en dat had je ook zo nodig: je omringd weten met aandacht en hartelijke zorg."
In dierbare herinnering Ans Wouters Hellebrekers (2006) |
Voel je je als kerkelijk dichter miskend?
Nee.
Echt niet?
Ik bén misschien miskend. Maar ik vóel me niet miskend. Dat beeld bestaat wel, maar het is niet zo. Mijn teksten worden vaak herdrukt. Ik heb veel lezers. Ik word ‘gebruikt’ – en dat bedoel ik positief. Ik word vertaald, zojuist is een mooie nieuwe bundel van mijn liederen in het Duits verschenen: Du Atem meiner Lieder (2009). Er worden scripties over mijn werk geschreven, proefschriften ook. In het jaar 2002 heb ik een eredoctoraat van de VU gekregen en bij die gelegenheid is een boekje met mooie stukken over mijn werk verschenen, Liedje dat ik niet laten kan. Echt een mooi boekje. Ik heb de laatste jaren bekendheid gekregen bij een veel groter publiek, mede door de begrafenis van Claus. En nu rond mijn 75ste verjaardag was er ook veel media-aandacht. Voor mijn gevoel heb ik daarmee al drie keer de PC Hooftprijs gehad...
Ik zing je levend. Gesprek met Huub Oosterhuis (2009) |
"De vrouwen die haar opzochten moesten lang aandringen voordat ze, zeer terughoudend, gehoor zou geven aan hun vraag en hen vertrouwd wilde maken met de praktijk van een monastiek leven. Haar onderricht zou generaties vrouwen én mannen blijven inspireren: dat blijkt onder meer uit het feit dat er een ruime collectie spreuken van Syncletica is overgeleverd, in diverse handschriften, en dat er daarnaast ook een uitvoerige levensbeschrijving bewaard is gebleven. De vrouw die zo’n stille en teruggetrokken woestijnmoeder wilde zijn, werd zo toch voor velen een model van religieus leven."
Woestijnmoeder Syncletica (2009) |

‘Christenen van onze tijd – en niet alleen monniken en monialen – die zich afvragen hoe ze in een sterk veranderende wereld trouw kunnen blijven aan het evangelie maar ook aan de tekenen van de tijd, vinden in Basilius iemand die laat zien welke radikaliteit en heldhaftigheid het evangelie van hen vraagt, en die tevens op inspirerende wijze aantoont hoe religieus leven dienstbaar en noodzakelijk is in het hart van de kerk.’ (Enzo Bianchi)
Enthousiasteling van het monastieke leven (2008) |
"‘Mijn roeping is: goed kijken’, zei zuster Jesualda altijd. ‘En mijn inspiratie: elke dag werken.’
Tot op hoge leeftijd is de zuster-kunstenares doorgegaan met dat dagelijkse werken en goed kijken. Toen ze tegen de zestig liep, zei ze tegen zichzelf: ‘nu wil ik zelf ook eens wat gaan doen’. Ze schreef zich in aan de Rijksacademie en begon er ’s avonds tekenlessen te volgen. De oudere zuster in habijt was al gauw een bijzondere verschijning in die Amsterdamse kunstwereld. Min of meer bij toeval kwam ze op een dag in een beeldhouwklas terecht, waar een Amsterdamse volksvrouw model stond. Gedreven begon ook Jesualda de bonk klei voor haar te bewerken en na uren geconcentreerde arbeid kwam er een levendige Jordaanse kop uit. De religieuze was ontdaan door de ontdekking van de scheppingskracht in haar, van opwinding kon ze de hele nacht niet slapen.
Vanaf dat moment ging ze verder met de opleiding beeldhouwen: op haar 60ste was ze al een gerenommeerd kunstenares, die het Amsterdamse klaslokaal kon inruilen voor een atelier in Tilburg."
Zuster Jesualda Kwanten (1901-2001) |
"Mensen hebben vandaag de dag wel degelijk een verlangen naar het kloosterleven, maar ze kunnen niet álles aan. De huidige modellen zijn wellicht te sterk en eenzijdig voor hen. Ze hebben behoefte aan een afgezwakte vorm van monastiek leven. Dat is wat ik overal om mij heen bespeur. Ik zal een voorbeeld geven. Toen ik, jaren geleden, een gast aan een medebroeder - licht ironisch - hoorde vragen ‘of we niet ergens een klein decadent kloostertje konden beginnen’, had ik toch wel plezier, van binnen. Hij dacht wellicht aan een minder hoog gegrepen vorm van monastiek leven, een model dat beter bij deze tijd zou aansluiten. Hoe dan ook, een ‘klein decadent kloostertje’... die term is me sindsdien lief geworden en ik hanteer hem ook voor de tussenvorm van gemeenschapsleven en kluizenaarsleven waarnaar ik zelf op zoek ben."
Op zoek naar nieuwe vormen van monastiek leven. In gesprek met Benoit Standaert (2008) |
Hadewijch van Antwerpen
"Het is een gevleugeld woord van Bernardus van Clairvaux dat kloosters ‘leerscholen van liefde’ zijn. In de tijd van Bernardus zelf sloeg het idee van de schola caritatis sterk aan: een leerschool van geestelijke en innerlijke liefde, die na lange oefening tot een ervaring van Gods nabijheid kon leiden. Die gedachte leidde in de twaalfde en dertiende eeuw tot een enorme religieuze opleving, niet alleen in de kloosters maar ook daarbuiten. Een van de krachtigste en welsprekendste navolgers van dit ideaal was de Brabantse religieuze Hadewijch."
In hogher minnen scolen (2009) |
"Anselmus was misschien meer een verteller dan een schrijver. Sprekend maakte hij de meeste indruk op zijn omgeving. Leerlingen, gasten en collega’s hingen altijd aan zijn lippen. Vooral aan tafel benutte Anselmus de ruimte die de Regel van Benedictus de abt geeft om ‘een stichtend woordje’ te spreken. Als hij thuis was werd er vaker naar hém geluisterd dan naar de refterlezing."
De Socrates van het klooster (2010)
|
"Hij was geen gladde en glimmende modelreligieus, geen kampioen van deugdzaamheid, maar een stille en sympathieke kerel die gewoon deed wat hij kon. Het zou mooi zijn als de kerk een keer zo’n zalige zou krijgen: een zalige tegen wil en dank, een man die het evangelie in alle eenvoud en menselijkheid naleefde, zonder veel pretenties maar ook zonder valsheid en ijdelheid. Een broeder die een blijvend getuigenis van eenvoud, barmhartigheid en broederschap heeft afgelegd."
Het geheim van een zalige uitstraling (2008) |
"Geschriften van een founding generation hebben iets verrassends en fascinerends. Ze gaan over het enthousiasme en de aarzelingen van het eerste begin, bevatten vaak nauwelijks te verwoorden intuïties en beschrijven de worsteling met geheel onvoorziene vragen en problemen. Het zijn verhalen die ons eraan herinneren dat religieus leven altijd weer herontdekt en opnieuw vormgegeven moet worden."
Soeur Marguerite van de gemeenschap van Grandchamp (2007)
"Die klösterliche Gemeinschaft von Grandchamp besitzt solch ein kostbares Dokument, welches die ursprüngliche Gesinnung aufzeigt, in Form des Tagebuches der Schwester Marguerite de Beaumont (1895-1986). Schwester Marguerite erkannte, dass sie ihre Geschichte als Erstgerufene einer neuen religiösen Familie weitergeben musste. Als sie sich ihrem achtzigsten Lebensjahr näherte, traf sie selbst eine Auswahl ihrer Tagebuchtexte und fasste diese unter dem Titel Du grain à l'épi (Vom Getreidekorn zur Ähre) zusammen. Das Buch ist nicht nur für diejenigen informativ, die etwas über die Geschichte von Grandchamp erfahren möchten, sondern macht auch auf vortreffliche Weise deutlich, wie sich eine protestantische Berufung im zwanzigsten Jahrhundert entwickelte."
Schwester Marguerite de Beaumont (1895-1986)
|
   
"In het midden van al die taferelen staat telkens een frêle, statige en in het zwart geklede vrouw, met onder de witte sluier een stil, peinzend gezicht, grote ogen en rond gebogen wenkbrauwen. Ze gaat voorop in een gezelschap van vrome vrouwen, neemt de leiding bij het uitdelen van graan aan de armen, bidt voor een nieuwe wonderbare broodvermenigvuldiging en heeft ook de hand in een ongekend rijke druivenoogst. De weet dat de voorraden brood en wijn in haar huis steeds op miraculeuze wijze worden aangevuld. Ze verzorgt pestlijders en overlegt op voet van gelijkheid met paus Eugenius, een geestverwante ziel die net als zij van Romeinse adel was. En altijd gaat ze vergezeld van een kleine engel, een stille reisgenoot die haar na de dood van haar zoontje Evangelista nooit meer verlaten heeft. Veel hemelse vrienden en vriendinnen omringen haar: vooral Maria die haar dikwijls toespreekt en Christus die haar de hand reikt en nog hoger boven het volk verheft dan ze als gevolg van afkomst en opvoeding al was. Een moeilijk te peilen maar schitterende vrouw, die was omgeven door een krans van gezichten en een lichtspoor van barmhartigheid achter zich liet."
Francesca Romana, moeder van Rome
   
|
Op de prent bevindt zich onder een grote oude
boom het leger met een aantal gevangenen; tenminste één
persoon .
|
 |