Studenten worden steeds meertaliger en zullen al hun competenties op de werkvloer ook in verschillende talen moeten kunnen aanwenden.

Zelf raakte ik op relatief late leeftijd vertrouwd met tweetaligheid en het gebruik van andere werk- en studietalen. Welbeschouwd was ik daar helemaal niet op voorbereid, ondanks allerlei talen in mijn studiepakket. Pas geleidelijk aan heb ik in beeld gekregen wat het betekent om in meer talen te werken, thuis meer talen te spreken en deel uit te maken van diverse, internationaal verspreide taalgemeenschappen. Er gaat bijna geen dag voorbij zonder dat ik vier of vijf talen gebruik. Die meervoudige stable diglossia, als ik het zo mag noemen, weerspiegelt iets van mijn loopbaan en levensgeschiedenis.

English Medium Instruction and Beyond

Vanzelfsprekend komen die dimensies eveneens in het onderwijs terug, in een context waarin ook de meeste studenten elke dag met twee, drie of vier talen te maken krijgen. In het vak After Babel kan ik mijn derdejaars European Studies vertrouwd maken met het conceptuele kader van meertaligheid, de geschiedenis van Europese Language Policies en de complexe werkelijkheid van allerlei soorten minderheidstalen. Het is bijzonder om te zien hoeveel ervaringskennis er is op het gebied van meertaligheid, en hoe grote onbekendheid er tegelijk is met concepten en theorieën. Bijvoorbeeld: iedere student is vertrouwd met de praktijk van intensieve code-switching en code-borrowing, maar bijna geen enkele student kent de term en kan uitleggen waarom en wanneer je van de ene naar de andere taal wisselt en wat dat zou kunnen betekenen… Een ander voorbeeld: mensen denken misschien dat het probleem de beperkte Engelse taalvaardigheid is, maar een wezenlijker probleem zou weleens kunnen schuilen in de beperkte aandacht voor de moedertaalvaardigheden (L1) en voor de attitudes en waarden rond meertaligheid/eentaligheid in een Engelstalige Universiteit. We blijven teveel denken vanuit één taal.

Het feit dat Engels een onderwijstaal is geworden, lijkt me een fait accompli, er is geen weg terug. Maar is nog wel een weg vóóruit, een Beyond English Medium Instruction. We zullen nog veel verder moeten gaan dan we nu doen. English Only zou een veel te magere uitkomst zijn…

Meertaligheid in het Hoger Onderwijs: het is een delicaat onderwerp. Ik kan zeggen dat ik de overgang naar English Medium Instruction van nabij heb meegemaakt en mede ondersteund, als universitair docent en als directeur Talencentrum. Ik kan zowel delen in de joys als de sorrows, ik herken de concerns en de challenges. We zijn al veel verder dan ik twintig jaar geleden voor mogelijk hield, toch maken we nog steeds beginnersfouten. We hebben al veel bereikt, toch hebben we zelden een goed inzicht in hoe het didactisch en professioneel met die Engelstaligheid staat. Het feit dat Engels een onderwijstaal is geworden, lijkt me een fait accompli, er is geen weg terug. Maar is nog wel een weg vóóruit, een Beyond English Medium Instruction. We zullen nog veel verder moeten gaan dan we nu doen. English Only zou een veel te magere uitkomst zijn van het ingrijpende transformatieproces dat zich afspeelt op onze universiteiten. Engelstaligheid is niet onderscheidend meer en ook niet voldoende voor de werelden waarin de studenten komen te werken. Studenten worden steeds meertaliger en zullen al hun competenties op de werkvloer ook in verschillende talen moeten kunnen aanwenden. Velen van hen zijn daarop nog niet voldoende voorbereid, of kunnen nog beter worden toegerust. Een kwestie van tijd, prioriteit, voortschrijdend inzicht…

Realistische en pragmatische benaderingen

Ik ben geboeid door oude tradities van talenonderwijs, maar eveneens door de wijde horizon van nieuwe methoden en technieken. Bovenal ben ik een pragmaticus die rekening houdt met de weerbarstige realiteit. Wat is haalbaar, gezien het drukke programma van studenten, het profiel van de docent, de beperkt beschikbare tijd, de krappe begrotingen en de dikwijls wisselvallige politieke conjunctuur? Wat moeten onze doelstellingen zijn? Het feit dat talenonderwijs zich vaak in de marge bevindt van het universitaire bedrijf, is mijns inziens niet in overeenstemming met het belang ervan. Een goede talenkennis is een wezenlijk bestanddeel van academic literacy. Zeker de nieuwe generatie studenten die we in Europa opleiden, zal een meertalige competentie moeten hebben.

“Et puis, il y a la réalité, cette réalité que l’on qualifie de dure mais qui est là et qui nous demande d’être pragmatique. Que peut-on atteindre vu les programmes chargés des étudiants, les capacités et les disponibilités des professeurs, le temps compté, le mince budget et encore les politiques variant au gré des temps. Quels doivent être nos objectifs ? Le fait que l’apprentissage des langues se situe souvent en marge de l’enseignement universitaire ne correspond pas, à mon avis, à son importance. Une bonne connaissance des langues est une partie essentielle du bagage universitaire et ceci vaut plus encore pour les nouvelles générations d’étudiants que nous formons en Europe et pour qui le multilinguisme sera une compétence nécessaire.”

Door de verschillende banen die ik heb gehad, eerst als docent Nederlands in Bologna, daarna als wetenschappelijk medewerker van het Certificaat Nederlands als Vreemde Taal en docent aan de lerarenopleiding in Louvain-la-Neuve, als directeur van het Talencentrum van de Universiteit Maastricht en nu als docent in het Maastrichtse programma van European Studies (taalpolitiek in Europa), ben ik een organisator en professional in het talenveld geworden. Soms voel ik me een roepende in de woestijn.

arrow-right arrow-down arrow-left chevron-right chevron-left keyboard_arrow_down plus-circle cross close search2 twitter2 facebook2 youtube2 linkedin2 envelope-o instagram2 menu play2 mobile2 users3 signal user whatsapp22 envelope-o2 quotes-left spinner2222 checkbox-checked checkbox-unchecked checkmark price-tag lightbulb_outline comment-square binoculars home