Een zomercursus spiritualiteit in Indonesië (juli 2010)
De Indonesische reis van deze zomer was een bijzondere ervaring, zoals je ervan kunt verwachten. Ik ging erheen om samen met twee fraters een spiritualiteitscursus te geven aan een groep van bijna 30 fraters uit de hele wereld.
Het programma zelf was voor mij een enigszins een compromis, onder de noemer ‘CMM spirituality rediscovered’ kwamen namelijk heel veel verschillende thema’s aan bod: een dag gewijd aan Zwijsen, aan Vincentius, aan Maria, aan barmhartigheid, broederschap, eenvoud, missie, gebed, gemeenschap, etc… terwijl ikzelf misschien liever één of twee thema’s had verdiept in plaats van elke dag iets anders. Maar voor de groep was het waarschijnlijk beter zo. Gevolg was dat het voor ons heel hard werken was, maar het was ook verrijkend. We hebben heel intense en mooie uitwisselingen gehad in de groep en rondom: een temps fort in mijn fraterloopbaan.
Grappig was het om zo’n grote groep fraters tegen te komen die ik nog niet kende, behalve de deelnemers (uit allerlei landen) waren er ook veel andere Indonesische fraters die we rond het programma tegenkwamen… dus ik heb met misschien wel 50 nog onbekende fraters een heel nieuw deel van de CMM-wereld heb gezien. De situatie in Indonesië is heel gevarieerd: de fraters opereren als christelijke minderheid in een Moslimland dus dat heeft een heel andere opstelling en spiritualiteit tot gevolg. Er is inmiddels een vrij grote groep van meer dan 200 Indonesische fraters, deels werkzaam in het onderwijs (vaak op wat gezien wordt als elitescholen), deels in sociale en medische projecten onder de armen. Het is wel te merken dat de groep twee zielen heeft, een armere en een rijkere, een tak die meer op barmhartigheid is gericht en een tak die meer kerkelijk opereert en de katholieke identiteit ondersteunt. Wat ook te merken is, is dat de meeste fraters na een korte vormingstijd in het werk gestort zijn en maar weinig ruimte hebben om te blijven werken aan studie, verdieping, persoonlijke geloofsvragen. In die zin was onze zomercursus Redicovering our spirituality erg welkom: voor sommige deelnemers was het de eerste stevige vormingsweek die ze na jaren kregen aangeboden. Dat tekent het harde werken en de grote opofferingsgezindheid, maar het is ook een teken van de routine, een zekere nood aan nieuwe inspiratie en soms moeilijke communautaire en missionaire omstandigheden.
Als het niet zover weg zou zijn, zou ik elk jaar wel op reis willen om aan een paar projecten mee te doen… Maar de kunst is natuurlijk ervoor te zorgen dat de Indonesische fraters dit soort cursussen in de toekomst zelf kunnen gaan organiseren. Daarvoor moeten we nog een paar jaar veel investeren in studie en ontwikkeling en een nieuwe generatie fraters daartoe opleiden. Volgend jaar ga ik in elk geval nog een keer, de beginnende investering in de taal Indonesisch kan dus nog wel langer renderen…
Het cursusprogramma was in een veeleisend dagritme verpakt: de fraters beginnen de dagen daar eigenlijk al om vijf uur en gaan door tot een uur of tien. De dagen waren dus lang en de weken goed gevuld met veel cursusdagen en een paar gezamenlijke excursies. Er was dan ook niet zoveel gelegenheid om op eigen houtje iets te ondernemen buiten het klooster-conferentiecentrum waar wij verbleven. Ik heb eigenlijk maar twee dagen een beetje voor mezelf gehad, de eerste dagen na aankomst in Yogya (met een fraterauto Prambanan gezien: schitterend!) en één keer een dagje doorgebracht aan zee bij Manado. Dat laatste was ronduit fantastisch, ik heb er heerlijke vis met gember heb gegeten en een paar uur over die prachtige grote oceaan met schimmige vulkaaneilanden gestaard.
Van het land heb ik zoals gezegd dus niet zoveel gezien, maar het was natuurlijk leuk om het van binnenuit mee te maken. Het klooster in Tomohon ligt op een soort groene hoogvlakte, tussen drie vulkanen: op 900 m is het er ook niet zo vreselijk warm. We hebben wel héél veel regen gehad, dag in dag uit van die tropische slagregens en grauwe luchten, dat was enigszins deprimerend: maar ook voor meteomijmeren had ik gelukkig niet zoveel de tijd. Wonderlijk om op dat christelijke stuk van Sulawesi ook iets van de godsdiensten te proeven: tamelijk fanatieke christelijke kerken, met grote luidsprekers die nog harder dan de minaretten de lezingen gebeden en liederen verkondigen. Vóór vijf uur werden we al wakker van de nabij geoefende protestantse geloofsijver en de hele dag ging dat door, de christelijke en islamitische voorzangers wisselden elkaar af als gedreven hanen… Verder was het een overweldigende culinaire ervaring, van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat werden we volgestopt met maaltijden hapjes koekjes etc – allemaal heel lekker maar te veel, en natuurlijk altijd op rijst gebaseerd. Het was heerlijk om in België weer eens brood en kaas en wijn op tafel te zetten: dat had ik al die weken gemist! Er waren nog wel wat andere ontberingen, van gammel internet tot koude douches, van bedden zonder lakens tot luidruchtige nachten. Het lijkt erop alsof de mensen in Indonesië nooit ophouden en met een kamer aan de straatkant had ik daar wel last van... Al met al was ik na drie weken wel blij om weer naar huis te kunnen… gecharmeerd door de enorme gastvrijheid, de hartelijkheid, de Aziatische toewijding en onder de indruk van de getuigenissen van fraters die religieus leven in een heel andere cultuur vormgeven.
Charles van Leeuwen
|