AFWEGINGEN BIJ EEN EIGENTIJDSE PRESENTATIE VAN RELIGIEUS LEVEN (2009)
In november 2009 is het boekje Fraters verschenen, een nieuw portret van de congregatie. Het boekje legt op toegankelijke wijze uit wat het betekent om vandaag de dag een religieus te zijn. Hoe is het om als broeders - en zusters - samen te leven? Waar komt de geloofsinspiratie vandaan en hoe houd je die scherp? Hoe bewaak je de balans in een actief religieus leven? Wat kun je voor andere mensen doen als je bewogen bent door barmhartigheid? Het boekje geeft daarmee niet alleen een levendig beeld van het leven van een moderne katholieke geloofsgemeenschap, maar formuleert tevens een – voorzichtige - uitnodiging aan het adres van jongeren.
Jullie hebben bij het vervaardigen van dit boekje veel keuzes moeten maken, keuzes die vaak vast niet makkelijk waren. Kun je iets meer vertellen over die keuzes? Je hoeft ze niet allemaal te verdedigen, maar misschien kun je ons inzicht geven in de werkwijze van de projectgroep en het proces achter dit boekje?Was het een moeilijk project?
Persoonlijk vond ik het wel een moeilijk project. Je presenteert de hele congregatie en dat moet dus goed zijn. En iedereen moet zich erin herkennen. En het moet aantrekkelijk zijn vor een groot lezerspubliek. Je krijgt al snel te maken met heel verschillende visies – gelukkig wel want anders ben je veel te snel tevreden en verzand je in een snel en middelmatig product... Ik weet niet of we altijd de juiste keuzes hebben gemaakt, misschien wel niet. We hebben wel veel overlegd, bereikten over veel dingen consensus maar natuurlijk niet in alles. Een leidraad was vaak ‘het goede gevoel’ van de commissieleden: als een of twee mensen in de projectgroep ergens geen goed gevoel bij hadden, dan veranderden we het weer. Zo zijn er heel wat woorden, titels en ideeën gesneuveld. Ik denk dat we allemaal veel van dit proces hebben geleerd en dat het inderdaad zinvol kan zijn om de opgedane ervaringen vast te leggen, voor als we weer eens iets willen maken in deze sfeer of misschien wel iets héél anders....
Kreeg de projectgroep aanvankelijk niet de opdracht om een folder te maken voor het roepingenbeleid? Waarom dan toch een boekje?
Het provinciaal bestuur dacht zelf aan een uitgebreide folder of heel beknopte brochure. Maar toen we ons als projectgroep beraadden op wat we er allemaal in wilden hebben, zijn we uiteindelijk toch op een boekopzet (van 24-36 blz) uitgekomen. We wilden namelijk wel breed en goed informeren over leven en werken van de fraters. Want hoe kunnen we werken aan roepingen als we niet eerst duidelijk maken voor wat voor soort religieus leven we roepen? En als we campagne willen gaan voeren, moeten we dan niet eerst over goede en evenwichtige achtergrondinformatie beschikken, om vervolgens misschien met een kortere flyer of folder voor de dag te komen? Dit boekje is bedoeld als een eerste bouwsteen, een eerste schakel in een nieuw PB beleid van presenteren en roepen.
Jullie zijn voor mijn gevoel erg voorzichtig geweest met het accent op roepen – zeker vergeleken bij eerdere publicaties. Waarom zo ingehouden?
Hier hebben we lang over nagedacht: hoe wervend moet zo’n boekje zijn?We wilden zeker een uitnodigend boekje, maar zonder die uitnodiging te zwaar aan te zetten of de toon te forceren. We wilden dat iedereen het boekje zonder kromme teken zou kunnen lezen. We zijn het project dan ook al snel ‘presentatie Nederland’ gaan noemen en niet, wat aanvankelijk de werktitel was, ‘brochure roepen’. Het resultaat is inderdaad een vrij voorzichtige presentatie, het accent van dit boekje ligt meer op informeren dan op recruteren. Het is een boekje dat past in het klimaat van vandaag de dag, dat zich meer leent voor indirect roepen dan voor direct roepen.
Het boekje is mooi vormgegeven. Is het niet te mooi en voor een ‘weggeefboekje’?
Over één ding hebben we niet lang hoeven nadenken. We wilden namelijk allemaal een geïllustreerde brochure in full colour: want beelden communiceren zoveel meer en makkelijker dan alleen tekst, zeker naar een jonger publiek toe. We zijn begonnen met het verzamelen van de beelden en foto’s die we er graag in wilden hebben. We hadden geen budget om een professionele fotograaf aan het werk te zetten en kozen daarom voor bestaande foto’s. De fotokwaliteit is daardoor misschien wat wisselend en de relatie beeld-tekst niet altijd heel expliciet. Maar het is met relatief eenvoudige middelen wel een heel levendig en representatief boekje geworden.
In hoeverre richt het boekje zich speciaal op de doelgroep 20-40 jaar?
Ook over deze vraag hebben we lang over nagedacht. We kwamen tot de slotsom dat we liever een algemene presentatie van de fraters wilden maken die in elk geval voor deze doelgroep leesbaar zou zijn, dan een presentatie die zich alleen of vooral op de doelgroep 20-40 zou richten. Maar door de keuze van o.a. het beeldmateriaal hebben we wel geprobeerd om het boekje voor jonge mensen herkenbaar en aantrekkelijk te maken. Op een gegeven moment kregen we zelfs het commentaar van onze proeflezers dat de oudere generatie fraters (de grootstste groep!) te weinig in beeld zou komen en hebben we het accent jong-oud iets meer in balans proberen te brengen.
Kun je iets vertellen over de opbouw van het boekje?
We waren het er vrij snel over eens dat de meeste thema’s wel in korte tekstjes van ongeveer één bladzijde behandeld konden worden. We wilden beginnen met een uitleg over het fraterleven van vandaag de dag, een bespreking van enkele blikvangende projecten wereldwijd en van de belangrijkste projecten in Nederland. We dachten dat daarna verdiepingsparagraafjes zouden kunnen volgen over bepaalde thema’s van de spiritualiteit en de geschiedenis. Deze opzet hebben we inderdaad gevolgd. Om het mensen mogelijk te maken het boekje in willekeurige volgorde te lezen, hebben we elke hoofdstukje met titels foto’s en citaten meerdere ingangen gegeven. Opzettelijk hebben we de bladzijden over de internationale projecten vermeld vóór de bladzijden over Nederland: om geen ouderwetse missiesuggesties te wekken en om recht te doen aan het inmiddels zo sterk internationale karakter van de congregatie.
Waarom staat de spiritualiteit van barmhartigheid en broederschap niet voorop?
Een consequentie van de gekozen paragraafopzet is dat stukken over de spiritualiteit niet in het begin staan, maar in de tweede helft. We richten ons met dit boekje op mensen met weinig voorkennis en wilden dan ook laagdrempelig openen. Dat betekent natuurlijk niet dat die delen minder belangrijk zijn of minder centraal staan.
Waarom hebben jullie geen individuele fraterportretten in het boekje opgenomen?
We hebben hier wel serieus over gesproken, persoonsportretten zijn immers een aantrekkelijke en toegankelijke manier om het religieuze leven te presenteren. Maar we dachten dat we er dan toch minstens 8 of 10 nodig zouden hebben om een beetje een representatief beeld te geven. Daarmee zou een heel ander en veel omvangrijker boekje zijn ontstaan.
Wat zijn de aspecten van het boekje waar de meeste discussie over is geweest?
De omvang. Hoe uitgebreide teksten over bv Zwijsen Maria en Vincentius? De keuze en de kwaliteit van de foto’s. Toch niet een professionele fotograaf vragen? Bepaalde woordjes en hoofdstuktitels. Richten we ons alleen op Nederland of ook op Vlaamse lezers? Gebruiken we het boekje voor het werven van nieuwe fraters of ook expliciet voor het werven van nieuwe geassocieerde leden? Hoe expliciet en hoe uitgebreid formuleren we de uitnodiging om frater te worden?
Hoe denken jullie het boekje nu te gaan gebruiken?
Dat is een vraag die de projectgroep niet helemaal kan beantwoorden. We denken aan een eerste verspreiding onder bekenden en ook officiële contacten, oa medewerkers van fraterprojecten, de Nederlandse Ambassadeurs, de leden van koren. We hopen dat het boekje ook in communiteiten zichtbaar is en bv. op avonden van het eetcafé in de Vuurhaard of op gastenkamers in ZIN present kan worden gesteld. Daarna willen we het verspreiden onder mensen die méér informatie vragen. Het boekje kan ook bij bepaalde evenementen op tafels liggen, zoals bij de dagen van de Beweging van Barmhartigheid.
Kunnen we dit boekje ook vertalen en voor andere provincies gebruiken?
Als projectgroep denken we dat dit nog niet zo eenvoudig is. We hebben het boekje speciaal gemaakt voor Nederland (en België), in andere landen zullen we waarschijnlijk een ander soort presentatie en ook een andere toon nodig hebben, misschien ook wel andere culturele en theologische accenten. Maar bepaalde teksten kunnen wel een wijdere verspreiding krijgen.
Hoe verder met het beleid voor roepingen?
Met deze vraag zijn we nog intensief bezig. Het is te vroeg om met duidelijke antwoorden naar buiten te treden. In elk geval: met deze brochure zijn we er nog lang niet, we zullen nog veel meer middelen moeten aangrijpen om de fraters te presenteren en present te stellen. Een vraag waar we ons net over gebogen hebben, is: vullen we het boekje aan met nog een kleinere flyer, die we in grotere aantallen een wijdere verspreiding kunnen geven? Gebruiken we bepaalde teksten uit het boekje ook op een website? Doen we nog iets met de teksten die níet in het boekje terecht zijn gekomen? (bepaalde hoofdstukjes, zoals over Broederschap, Maria Moeder van Barmhartigheid, Zwijsen, Vincentius, waren aanvankelijk veel uitgebreider).
Hoe lang hebben jullie nu aan dit boekje gewerkt?
Er zijn in de periode van ongeveer december 2008 tot september 2009 eigenlijk drie verschillende rondes geweest. Na een eerste algemene brainstorm lag er al vrij snel een eerste versie op tafel, die we in maart heel kritisch hebben besproken. Een grondige omwerking was in juni gereed. Deze is door de projectgroep nog een keer heel goed bekeken en naar een groep van ca. 15 proeflezers gegaan. In augustus-september hebben we aan de hand van hun waardevolle opmerkingen en suggesties deze definitieve versie kunnen samenstellen en drukklaar gemaakt.
Wie hebben allemaal aan het boekje meegewerkt?
Het is maar een klein boekje maar het presenteert wel een heel grote gemeenschap. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er ook veel mensen bij het tot stand komen van het boekje betrokken zijn geweest.
Het colofon noemt een aantal namen: van de leden van de projectgroep, de fotografen voor zover we ze konden achterhalen, de vormgeefster Brigitte Slangen. Namen die we niet konden vermelden waren die van de proeflezers die ons hebben geholpen bij het uitvoeren van dit project en de vele fraters die ons tussentijds hun waardevolle gevraagde of ongevraagde adviezen hebben gegeven. Voor de meeste teksten geldt dat ze weliswaar door één hand zijn geredigeerd, maar kennis en gedachten ontlenen aan heel veel anderen. Een paar van die teksten zijn trouwens al eerder gebruikt en in dit boekje opnieuw bewerkt (bv uit de folder van de Beweging van Barmhartigheid).
Laten we hopen dat de fraters en geassocieerden zich in de ‘wij’ van het boekje herkennen en het ook zien als een portret van hun CMM . En misschien dat ook wat ‘nieuwe mensen’ zich in het verhaal van Fraters zullen herkennen…
Charles van Leeuwen
|